Theater

LAZARUS: Dialoog, loodgieters en onthaasting

Door Bieke Purnelle

Het was verrassend nieuws vorig jaar: artistiek leider Michael De Cock (die sinds afgelopen zomer de Brusselse KVS leidt), werd vervangen aan het roer van het Mechelse t’arsenaal (omgedoopt tot het arsenaal Lazarus) door het Antwerps gezelschap Lazarus én Brussels theatermaker Willy Thomas. Een ongebruikelijke keuze die ons bijna de tiende verjaardag van Lazarus uit het oog deed verliezen. Bijna.

Er werd dan ook amper gefeest bij Lazarus, maar vooral hard gewerkt. Dit seizoen herneemt het gezelschap maar liefst drie van hun klassiekers: Oblomow, Idioot en Karamazow. Met Oblomow speelden ze voor het eerst in de constellatie die de huidige en vertrouwde samenstelling van het gezelschap zou worden. Wij spraken met Günther Lesage en Pieter Genard over het kersverse het arsenaal Lazarus en over Oblomow, onthaaster avant la lettre.

Drie voorstellingen hernemen in één seizoen, dat klinkt niet als een feestje, maar als hard werken.

Günther: “Eigenlijk wilden we ons tienjarige bestaan vorig jaar vieren, maar Charlotte (Vandermeersch) was niet vrij. Het leek ons wat idioot om het zonder haar te vieren. Toen viel de beslissing over onze intrek in het arsenaal. Dat leek ons een uitstekende gelegenheid om het Mechelse publiek te laten kennismaken met Lazarus, in de vorm van een mooi palet van ons werk, voorstellingen waar we zelf tevreden over zijn en waar we met zoveel mogelijk mensen in spelen. Vier voorstellingen is inderdaad best veel. Het is hard werken. Mocht er nog iemand denken dat theatermakers luie subsidie-slurpers zijn, dan is het hoog tijd om dat beeld bij te stellen.”

Pieter: “Het vraagt inderdaad best veel focus. Maar we moeten daar ook niet flauw over doen, dat geldt immers voor zoveel beroepen. Ook voor de loodgieter. Ik spreek uit ervaring. Maar bon, tegelijkertijd is het wel goed dat we ons in dit eerste jaar aan het roer bij het arsenaal niet moeten bezighouden met het uitwerken van een nieuwe voorstelling. We moeten met ontzettend veel dingen bezig zijn die nieuw zijn voor ons en bovendien het huis nog leren kennen.”

Een gezelschap aan het roer in een theaterhuis, dat is een nieuw gegeven. Ligt daar de toekomst van het theaterlandschap? Komt er een einde aan het klassieke artistiek leiderschap?

Pieter: “Ik weet niet of hier sprake is van een tendens. Bij ons is het gewoon zo gegroeid. Het klopt wel dat veel theaterhuizen eerder productiehuizen zijn geworden. Ze hebben hun eigen gezelschappen afgebouwd en zijn onbedoeld anoniemer geworden. Misschien is het wel tijd voor wat zelfreflectie en is er behoefte om terug op zoek te gaan naar een menselijker gezicht, naar meer herkenbaarheid. Theaterhuizen hebben niet minder, maar meer identiteit en persoonlijkheid nodig.”

Günther: “We hebben het voorrecht om samen te kunnen werken met Willy Thomas, die de ervaring heeft die we zelf missen en de sociaal-artistieke component zorgvuldig bewaakt. Het arsenaal vroeg expliciet om een spilfiguur en zelf wilden we niemand uit onze groep naar voren schuiven om de balans van ons collectief niet in gevaar te brengen. Willy was voor ons de perfecte persoon om die rol op te nemen. Hij weet hoe groepsdynamiek werkt en hij bestaat bij gratie van de dialoog. Dat is belangrijk en nodig.”

Pieter: “Dit is een huis met een eigen geschiedenis, waar zeventien mensen werken. Het is belangrijk om iedereen te betrekken bij alles wat er gebeurt. Dat vraagt veel tijd en overleg. Je moet moet met veel meer dingen rekening houden dan wanneer je als ongebonden gezelschap je eigen ding doet. Gelukkig hebben we bij Lazarus een traditie van overleg en samenspraak. De zes mensen van Lazarus zijn zes verschillende individuen met evenveel verschillende ideeën en visies. We hebben heel lang met elkaar gepraat voor we deze beslissing namen. Die gesprekken gaan gewoon verder nu we hier aan de slag zijn. Tien jaar lang maakten we twee voorstellingen per jaar en hoefden we ons enkel om ons eigen lot te bekommeren. Nu volgt een andere manier van werken. Wanneer je je verbindt met een theaterhuis en met andere theatermakers, dan komt daar een grote verantwoordelijkheid bij kijken. Het is een pittige oefening en een engagement. Dat is zoals een relatie: prachtig, maar niet simpel.”

Günther: “ Gelukkig weten we als gezelschap hoe belangrijk het is om je thuis en ondersteund te voelen in een theaterhuis. Iedereen speelt liever in een warm huis dan op een anonieme plek die na elke voorstelling met dettol wordt schoongespoeld. De feel van deze plek valt samen met wie wij zijn. Het is onze taak om hier diverse theatermakers uit te nodigen en te ontvangen en open te staan voor wie we nog niet goed kennen, ook voor jong talent.”

Waarom willen we Oblomow opnieuw zien?

Pieter: “Oblomow is een psychologisch portret met zoveel precisie geschreven, met zoveel liefde, humor en mededogen voor de personages, dat iedereen zich ertoe kan verhouden. Oblomow is bijna pathologisch lui en ziet zo op tegen de praktische kant van het leven dat hij bij voorbaat al gaat liggen. De agressie om voor zichzelf op te komen en een leven op te eisen, daaraan ontbreekt het hem compleet. Op een manier is Oblomow het toppunt van zachtmoedigheid, helaas dus ook tegenover zichzelf. Zijn beste vriend Stolz belichaamt het tegendeel: één en al ondernemerschap. Het is dan ook een Duitser. De vraag is of de liefde Oblomow uit zijn lethargie kan halen. Hij is een soort archetype, een universeel personage dat de tijdsgeest overstijgt. Sinds we die voorstelling hebben gemaakt, betrap ik mezelf soms op een soort Oblomovisme in bepaalde situaties.”

Günther: “De mentale luiheid die hem zo typeert is trouwens niet altijd negatief, maar verbergt ook schoonheid. Alles gaat tegenwoordig zo snel. Je moet overal bij zijn. Je moet alles liken, alles zien en zelf gezien worden. Oblomow vindt de schoonheid in de kleine dingen. Wanneer zijn vriend Stolz hem vraagt waarvoor hij wil leven, luidt zijn antwoord: “een stuk brood, boter, een radijs, de bomen, wandelen, …”. Dat is van een eenvoudige schoonheid die wij ergens kwijt zijn geraakt en waar we volgens mij wel wat meer van kunnen gebruiken. Oblomow was misschien wel een onthaaster avant la lettre.”

PRAKTISCH

02.04.17 | De Grote | 20.15

Rang 1 € 16 / € 13 (-26 jaar / A-kaart)
Rang 2 € 13 / € 10 (-26 jaar / A-kaart)

Bestel hier je tickets