Cabaret

Hoe Micha Wertheim een show gaf zonder zelf te verschijnen

Door Ron Rijghard

Hij had gewaarschuwd. Micha Wertheim was tijdens zijn laatste show Ergens Anders ergens anders. Niet alle toeschouwers vonden het leuk dat de cabaretier niet bij zijn eigen voorstelling was.

Kan dat: een cabaretier speelt een voorstelling, maar is zelf niet aanwezig en laat alleen zijn stem horen via de speakers?
Ja, dat kan.

Micha Wertheim deed het de afgelopen maanden in zijn voorstelling Ergens Anders en schreef theatergeschiedenis.
Zijn afwezigheid op het podium leidde tot veel bijval en bewondering van enthousiast, verrast publiek. Maar ook tot verontwaardiging en woede. Toeschouwers liepen weg tijdens de voorstelling.


Sommigen schreven achteraf boze brieven. Sommigen eisten hun geld terug. Eén bezoeker dreigt met een rechtszaak. Ook in dat opzicht was Ergens Anders een voorstelling van de buitencategorie.

Wonderlijk was dat het geheim van deze voorstelling grotendeels intact bleef in deze tijd van sociale media. Elke bezoeker voelde zich medeplichtig, was af te lezen aan de bedekte termen waarin de voorstelling werd aangeprezen op Twitter en Facebook. Recensenten werd gevraagd niet te schrijven en bijna iedereen hield zich daar aan. Dit artikel, dat alles verklapt, verschijnt dan ook pas na de laatste voorstelling: die werd gisteren, zondag 18 december, gespeeld in het Compagnietheater in Amsterdam.

Maar als Wertheim niet op het podium stond: wat was er dan wel te zien? En wat dreef Wertheim tot deze radicale vorm van theater?

Er was vooral veel te horen, zoals bij een podcast. Ergens Anders begint met het actuele radionieuws van die dag gevolgd door een uitzending van Kunststof, het culturele radioprogramma: quasi-live, omdat de makers in het complot zitten. Op het podium staat een ouderwetse stereotoren, en links daarvan een tafel met printer. Kunststof heeft een interview met Wertheim. Na een klein kwartier vraagt de presentatrice plots of hij eigenlijk niet in Rotterdam moet zijn (of een andere plaats waar de voorstelling die avond speelt). Dan reageert Wertheim met: „Maar daarom heet de voorstelling dus Ergens Anders.”

Op dat moment is duidelijker dan ooit dat lachen ook een vorm van nervositeit is. Het publiek reageert lachend en lacht ook om hoe het verder gaat.

Presentatrice: „Denk je niet dat de mensen je dat kwalijk gaan nemen?” Wertheim: „Ik denk dat je dan mijn publiek onderschat. Mijn publiek snapt inmiddels wel dat als ik een voorstelling Ergens Anders noem, dat ik dan ergens anders ben.”

Presentatrice: „Maar dat is toch de afspraak: als je een kaartje koopt voor Micha Wertheim, dan kom je om Micha Wertheim te zien?”

Wertheim: „O, dat vind ik echt een benauwende gedachte. Ik zie mijn publiek als mijn kinderen. Je moet ze opvoeden en dat heb ik de afgelopen vijftien jaar ook wel gedaan. In het begin moet je er dan voortdurend bijblijven, maar op een gegeven moment moet je het vertrouwen hebben dat ze het zonder jou ook wel kunnen.”

Presentatrice: „Denk je niet dat ze zich bekocht voelen?”

Wertheim: „Je doet de hele tijd alsof dat hele zielige mensen zijn, die zelf niet een voorstelling kunnen maken. Ik maak me geen zorgen. Ik vertrouw ze wel.”

Robotje

Toeschouwers die zelf de voorstelling maken – dat is inderdaad deels wat er gebeurt. Namens Wertheim schuifelt er allereerst een schattig kniehoog robotje het toneel op. Want ook voor cabaret zijn kennelijk geen mensen van vlees en bloed meer nodig. Het robotje legt uit wat de bedoeling is. Iemand op de eerste rij moet achter de tafel plaatsnemen en de vellen papieren voorlezen die uit de printer rollen. Anders stopt de voorstelling, zegt het robotje streng. In de Verkadefabriek in Den Bosch bijvoorbeeld leidde dat tot een ongemakkelijke stilte, omdat niemand die stap zette. Pas na enige tijd meldde zich een vrijwilliger op de tweede rij.

De vrijwilliger leest voor wat er gaat gebeuren en vraagt een andere toeschouwer een koptelefoon op te zetten. Via die weg krijgt die toeschouwer instructies. Na het verrichten van enkele handelingen wordt de koptelefoon doorgegeven aan een ander. Samen bouwen ze op het podium aan een kastje van kratten en een speelgoedparkeerplaats, die voorkomen in het verhaal. Er zijn nieuwe radiofragmenten te horen, en de robot doet stand-up.

Uiteindelijk neemt de stem van Wertheim het over: met een verhaal over een stukje glas in zijn oog. Dat verhaal is het tweede deel van de voorstelling, en ook het hart. Van het tranen van zijn beschadigde oog leidt Wertheim ons naar de vraag hoe ontroering werkt. Hij vraagt zich af waarom hij niet kan huilen bij de dood van een vriendin, maar wel bij fictie. En hij praat, in een verwijzing naar de vorm van dit theaterexperiment, over het gevoel ergens niet bij te zijn, terwijl je er wel bij bent.

Al die tijd blijft de spanning voelbaar over de vraag of Wertheim gaat verschijnen. Ja toch! Of echt niet? Aan de ene kant denk je van niet, omdat het idee te krankzinnig zou zijn. Tegelijk besef je dat wegblijven de ultieme stunt is. Dat heen en weer geslingerd worden, is wat Ergens Anders opwindend maakt.

De eerste twee try-outs van Ergens Anders zijn half september in Theater Walhalla in Rotterdam. Wertheim is er wel, maar houdt zich verborgen, zoals bij de meeste voorstellingen van de tournee. Maar in Rotterdam komt hij na afloop nog het podium op, om uit te leggen wat zijn bedoelingen zijn. Een paar dagen later vertelt hij dat ook een half uur stand-up paraat had voor het geval mensen de voorstelling niet zouden begrijpen. „Ik dacht: dan kunnen ze mij niks maken.” Maar het is niet nodig. Een man complimenteert hem: hij gaat naar cabaret om verrast te worden.

Beter af

Oplettende volgers hadden niet verrast hoeven zijn. Aan het einde van zijn zevende cabaretprogramma, Voor Zichzelf, concludeerde Wertheim immers ook al dat zijn publiek wellicht beter af zou zijn bij een voorstelling zonder hem. In dat programma foeterde hij zijn publiek uit omdat het was gekomen, terwijl de voorstelling toch Micha Wertheim Voor Zichzelf heette. Hij wees op de lege stoelen: „Die mensen hebben het wel begrepen.”

In al zijn zeven eerder programma’s vermaakt Wertheim zijn publiek op die manier: door te spelen met de vorm, en de codes van het genre te ondermijnen. Hij is een ontsnappingskunstenaar: op alle mogelijke manieren tracht hij te ontkomen aan verwachtingen van het publiek. En dat maakt ook dat Ergens Anders in essentie een organische stap is in zijn oeuvre.

Maar zijn eerste impuls voor deze achtste voorstelling was toch dat hij iets compleet anders wilde doen dan cabaret, zegt Wertheim. „Om het publiek te waarschuwen dat het geen cabaret zou zijn, bedacht dat het leuk zou zijn om dat in een radio-interview te laten horen. Daarop volgde de gedachte dat ik eigenlijk in de studio zou zitten en niet in het theater. Van het idee dat het publiek zou denken ‘hij is er niet’ werd ik heel vrolijk.”

Verkeken

Het was ook een probleem. „Bij het schrijven van de voorstelling, deze zomer, realiseerde ik me dat het niet vol te houden is om niemand op het podium te hebben. Toen bedacht ik dat toeschouwers opdrachten zouden kunnen uitvoeren op het podium, gegeven via een koptelefoon.”
Hij moest zichzelf dwingen iets anders te doen. „Het is lastig om als je ergens goed in bent geworden iets te gaan doen waar je niet goed in bent. Maar ik merkte dat ik steeds minder benieuwd was naar comedians en steeds meer naar toneelmonologen. Ik dacht: laat ik dat eens proberen.” Een belangrijke inspiratiebron was de Britse comedian Daniel Kitson, die aan stand-up doet, maar ook ingenieuze theatersolo’s met dubbele bodems schrijft en speelt. Ook maakt hij slim gebruik van vooropgenomen audio om dialogen tot stand te brengen.
Typisch voor Wertheim is dat hij niet een ontroerend verhaal vertelt, maar kiest voor een cerebrale metaconstructie: een analyse van hoe ontroering werkt. Wertheim: „In juni had ik dat glas in mijn oog gekregen en ik was de hele tijd aan het tranen, terwijl ik een voorstelling wilde maken die probeert te emotioneren. Dat is dan een interessant gegeven. Ik heb ook een maand gedacht dat ik nooit meer goed zou kunnen zien, dus ik kon ook aan weinig anders denken.”

Oftewel: het verhaal over zijn oog drong zich op. „Ik heb me er tot drie weken voor we begonnen tegen verzet. Maar het is enorm moeilijk om een verhaal te verzinnen. Daar heb ik me totaal op verkeken. Daarom gaan al die voorstellingen ook over mij.”
Achteraf zegt hij: „Stiekem hoop ik dat de robot ontroert. En ik probeer te laten zien dat een personage, of een audioboek, zoals ieder kunstwerk, ons troost probeert te bieden, terwijl het eigenlijk een andere wereld oproept, waar we niet zijn.”

Boze brieven

Ondanks zijn waarschuwing dat het geen cabaret en niet per se grappig zou worden, op zijn site en die van theaters, verwachtte veel publiek toch cabaret. Wertheim: „In Rotterdam lachten mensen om het journaal toen er werd verteld dat er een lijk in de vriezer was gevonden. Omdat ze denken: het zal er wel mee te maken hebben.”

Na de eerste try-outs is Wertheim nog „vrij high” van zijn idee, maar ook „vrij overspannen” van de technische obstakels bij elke verandering die hij wil aanbrengen: opnieuw inspreken, opnieuw programmeren. Voor de twee technici is het een loodzware voorstelling. De eerste boze brief is dan al binnen. Iemand schrijft: „Ik ben hele avond bang geweest dat ik op het podium werd gevraagd. Dat doe je niet.”

Daarna volgen er steeds meer brieven. Gemiddeld lopen er vier à vijf mensen weg per voorstelling, maar in Amstelveen, eind oktober, wel twintig. Vanaf half oktober, na 11 try-outs, blijft Wertheim af en toe helemaal weg bij een voorstelling. „Omdat het kon”. Begin november mailt hij: „Door alle boze brieven was ik een beetje van slag. Ik krijg veel leuke reacties, maar het blijft schrikken wat ik teweeg heb gebracht.” Aan boze bezoekers mailt hij uitgebreide antwoorden terug met een toelichting op zijn ideeën [zie kader].

Begin november: Wertheim baalt van een recensie in de Volkskrant, al doet de recensent zijn best het geheim te bewaren. Maar, zegt Wertheim: „Ik hoop echt dat verder iedereen zijn mond kan houden. Snap niet wat het journalistieke belang is van deze onthulling.” Hij benadrukt nogmaals dat het hem toch echt niet om „een rel” is te doen.

Het publiek is tot op het bot verdeeld. Men vindt het of geniaal of een aanfluiting. Via sites van schouwburgen worden ook de positieve reacties zichtbaar. Bezoekers die „Briljant!” of „Had niet misstaan in een Museum of Modern Art” schrijven. Of ze genieten van het schisma: „Gewaagd, vernieuwend, hilarisch en een interessant experiment. Fijn om te zien dat mensen nog boos/bekocht de zaal kunnen verlaten, dan gebeurt er ook echt wat. Ik heb een geweldige avond gehad.”

Zijn impresariaat, Bunker, krijgt telefoontjes van „boze, bange, geschokte en vooral verwarde theatermedewerkers”, meldt Wertheim. Helga Voets, directeur van Bunker Theaterzaken, vertelt dat ze in gesprek moest met theaters. Over medewerkers: „Bij deze voorstelling was het beter om ervaren zaalwachten in te zetten.” Over technici: „Het was niet goed om wat er ging gebeuren geheim te houden voor de technici van het theater. Die moeten hun werk kunnen doen.” En over geld terug geven: „Sommigen theaters doen dat automatisch. Wat de klacht ook is. Ik vind dat niet vanzelfsprekend. Ieder voorwoord van theaterbrochures gaat over de wens te ontregelen. Als iemand dat dan doet, dan mag je daar begrip voor verwachten.”

Van de toon van sommige reacties is Voets ook „best geschrokken”. „De negatieve reacties ging van netjes tot bot en grof. De mondigheid van het theaterpubliek is enorm toegenomen. Toeschouwers kijken of ze zelf tevreden zijn in plaats van zich te verdiepen in de motieven van de maker. Mensen waren ook boos omdat Micha niet zou hebben gewerkt. Er was zelfs een theater dat daarom in eerste instantie alleen auteursrecht wilde betalen.”

Tweeluik

Ergens Anders is de helft van een tweeluik, dat in het voorjaar wordt vervolgd met Iemand Anders. Stuurt Wertheim dan iemand anders, of speelt hij iemand anders? Als je zijn titels zo letterlijk neemt als hijzelf dan zijn dat de mogelijkheden.
Wertheim grinnikt bij de vraag. Hij weet het nog niet, zegt hij. „Er zijn maar een paar acteurs voor wie ik een tekst zou willen schrijven. Maar mocht dat onvermijdelijk zijn, dan ga ik wel achter dat idee aan.”

PRAKTISCH

Iemand Anders is te zien op 19.04.17 in de Kleine in Arenberg.

Foto's door Roger Cremers

Bron: NRC